Wat is Telex (RTTY)?

;div class=”entry”>

Telex is een methode van communicatie, waarbij 2 automatische typemachines via een telefoonlijn met elkaar in verbinding staan, ook wel TTY, TeleType (verreschrijvers of teleprinters) genoemd.

RTTY is een bijzondere vorm van telexen, waarbij de verbinding via een radiosignaal tot stand komt.

TTY is een telexverbinding via een telefoonlijn en RTTY is een telexverbinding via radiosignalen. De telexmachines zijn voor beide systemen gelijk, alleen de aansturing is verschillend.

GesT100 machinechiedenis:

De eerste telex-verbindingen werden in de tweede wereld-oorlog, uitsluitend voor militaire doeleinden, tot stand gebracht. Later is deze toepassing ingeburgerd bij diverse overheidsdiensten, persbureaus en uiteindelijk zelfs op kantoor bij diverse grotere bedrijven. Met de komst van de IBM PC’s in 1984 alsmede enige tijd later de eerste fax-machines, raakte de telex uit de belangstelling. Een telexmachine was duur in aanschaf en onderhoud, groot qua afmetingen, zwaar en lomp in tegenstelling tot de fax-machines van de laatste decennia. De telex werd steeds minder gebruikt en kwam uiteindelijk via de dumphandel bij de radioamateurs terecht.

De werking:

RTTY maakt gebruik van ‘n 5-bits code, aangevuld met een start- en stopbit.  Deze code is ontwikkeld door de heer Baudot. Met een 5-bits code kunnen er 2 tot de macht 5 min 1 = 31 karakters worden weergegeven.
Om de signalen te kunnen onderscheiden wordt er gebruik gemaakt van MARK en SPACE combinaties, aangeduid met FSK, wat weer staat voor Frequency Shift Keying.
Bij FSK wordt het verschil van mark en space ‘vertaald’ naar twee verschillende frequenties.
Het mark signaal is de hogere frequentie, het space signaal is de lagere frequentie.
Met de term SHIFT wordt het verschil tussen de mark- en spacefrequentie aangeduid.
Door een zender in frequentie te varieren in het ritme van de mark- en space signalen, was het mogelijk om draadloze telexverbindingen te maken.

De Baudot-code:

T100 machineMet de Baudot-code kunnen dus maar 31 tekens verstuurd worden, terwijl iedereen weet dat het alfabet uit 26 karakters bestaat. Hoe zit dat nu met de 10 cijfers?  Dat is heel eenvoudig.
Naast de 26 karakters voor het alfabet worden er extra tekens gebruikt voor speciale funkties en/of tekens.
Er zijn dus 31-26=5 extra funkties beschikbaar (de 32e tellen we niet mee, want er moet rekening worden gehouden met de ruststand).
Een ervan is het omschakelen tussen letters en cijfers.
Net als bij de gewone typemachine heeft een telexmachine een ‘wagen’ die hoger of lager gezet kan worden.
Door de wagen hoger te zetten zullen de aaqnslaghamertjes in plaats van letters cijfers en speciale leestekens kunnen afdrukken.
Zo is er ook een funktie voor Carriage Return, (wagenterugloop), net al bij de gewone typemachine.
Zelfs een belletje kan er mee worden aangestuurd.
Samengevat: 26 karakters, lettershift, cijfershift, carriage return, line feed en als laatste de spatiebalk.
Zodra de telexmachine in de cijfershift stand staat, hebben we weer 26 tekens voor ons ter beschikking, dus 10 cijfers, de punt, komma, vraagteken, schuine streep, plusteken, minteken en dergelijke.

Mark, space, shift en baudrate:

Voor de mark en space-frequenties worden op de verschillende amateurbanden ook verschillende instellingen gehanteerd. Zo zal u 1445/1275 Hz, met een shift van 170 Hz tegenkomen, maar ook 2550/2125 Hz, met een shift van 425 Hz en ook 2975/2125 Hz met een shift van 850 Hz. Om de verwarring nog groter te maken, maken we ook nog onderscheidt in de baudrate.  Met het begrip baudrate geven we de pulsduur van 1 puls van het signaal aan.
Een pulsduur van 22 ms geeft een baudrate van 45,45 aan, terwijl een pulsduur van 20 ms een baudrate van 50 aangeeft.  De meest gebruikte baudrates binnen de amateurbanden zijn 45,45 baud en 50 baud. Op de HF-banden komen we ook nog andere baudrates tegen zoals 75 baud, 100 baud en hoger.

Een opmerking is hier op zijn plaats, indien beide telexstations een ongelijke baudrate hebben ingesteld, zal het niet mogelijk zijn dat er een correcte verbinding tot stand zal worden gebracht, immers de beide machines ‘begrijpen’elkaar niet en er zal alleen maar wartaal op het papier komen te staan.
Op de ouderwetse telexmachines, ook wel ‘wortelstampers’genoemd, wordt de pulsduur = baudrate ingesteld door de draaisnelheid van de motor.
De aansturing gebeurt met een DC signaal en zogenaamde lijnstroom (current loop).

FSK versus AFSK:

Al eerder is het principe van FSK, Frequency Shift Keying, uitgelegd.  Er is echter ook een ander systeem, het AFSK-systeem.  AFSK betekent Audio-FSK, oftewel mark en space wordt gemaakt met een verschil in toonhoogte i.p.v. verschil in zendfrequentie.
Samengevat kunnen we stellen dat op de HF-banden in SSB mode met FSK wordt gewerkt en op de VHF en UHF banden in FM mode met AFSK.

De ponsband:

Het vele werken met telexmachines bracht de wens met zich mee om een tekstbericht meerdere keren te kunnen versturen. Hieponsbandrtoe is de ponsbandlezer uitgevonden, u heeft misschien wel eens zo’n ponsband in uw handen gehad. Het leuke van de ponsband is dat er in die ponsband ruimte is voor 5 gaatjes, jawel, de 5-bits code van Baudot. In het midden van de band zit een veel kleiner gaatje voor bandtransport.
De latere, meer moderne telexmachines hadden al een ingebouwde ponsbandlezer en zelfs soms ook een ponsbandschrijver.  De moderne telexmachines op de kantoren werkten vaak met een 7- of 8 bits code (ASCII-code) zodat de ponsbanden voor deze machines geen 5 gaatjes maar 7 of 8 gaatjes op rij hebben !

De geluidskaart-interface:

Met behulp van de moderne PC, de in de computer aanwezige geluidskaart en een zelf te bouwen geluidskaart-interface (soundcard-interface) is het op zeer eenvoudige wijze mogelijk om mee te kunnen ‘schrijven’ met de vele op de amateurbanden uitgezonden RTTY signalen.  baycom modem
Er zijn enige freeware programma’s via internet te downloaden, zoals o.a. het MMTTY programma.
Een leuk bijkomend iets is, dat met een geluidskaart-interface ook veel andere amateurmodes kunnen worden gedecodeerd, zoals CW, FAX, AMTOR, SSTV, HELL, Olivia, PSK31 en dergelijke.
Daar is echter een ander programma voor nodig, de zogenaamde multimode-programma’s zoals MixW en RadioComm.  Deze zijn echter niet freeware.
Op internet bij de desbetreffende website van MixW en RadioComm staat duidelijk hoe u een versie kunt registeren en wat de kosten daarvan zijn.

RTTY frequenties:

Op de volgende frequenties zijn conform het bandplan amateur-RTTY uitzendingen te vinden:

  • 7.085 MHz
  • 14.085 MHz
  • 21.085 MHz
  • 28.085 MHz
  • 145.300 MHz

En uiteraard zijn er nog honderden andere RTTY uitzendingen, zoals weerberichten, nieuwsuitzendingen en dergelijke te ontvangen.  Op internet is een scala aan informatie beschikbaar over de diverse telexfrequenties.

(Met dank aan Johan PA3GER de beheerder van de voormalige www.rtty.nl website. Inmiddels bestaat deze site niet meer.)

Leave a Reply